Aan het werk bij de Antro della Sibilla in Cuma (2009)

 

 

* Het Plan

 

* uit de werkmap

* achtergrond en opzet

> étant donnés

> aantekening

> achtergedachten bij het werk

 

> de spelonk

> aanzet

> bijgevoegd

 

> Resumé

 

> menu

< home

 


HET LIED VAN DE SIBILLE / UIT DE WERKMAP

 

 

 

ACHTERGROND EN OPZET VAN HET LIED EN DE INSTALLATIE

 

 

VAN FANTASIE NAAR UITVOERING

 

De fantasie De K van Skylla die aanvankelijk voor een webopera was bedoeld, is na verloop van tijd uitgemond in een fantasie die ik ‘leesopera’ ben gaan noemen. Een ‘opera’ als ‘platonische fantasie’, dat wil zeggen een fantasie in woord en beeld van een gedachte muziek-theatrale voorstelling.

Ik ben librettist noch componist, noch wil ik iets in die richting wagen. De fantasie blijft wat mijn aandeel betreft vooralsnog beperkt tot de vorm die het project als leesopera heeft gekregen. Het is natuurlijk wel zó dat ik bepaalde voorstellingen heb - ideeën, dromen, fantasieën, enzovoort - over wat van deze leesopera te maken zou zijn als (platonische wens) een muziektheaterspecialist in samenwerking met een componist en een librettist de fantasie ten uitvoer zou brengen.

De fantasie kan namelijk op verschillende manieren worden gerealiseerd: als (1) ‘echte’ opera of muziektheaterstuk, een enscenering dus om in een theater of op een speciale locatie op te voeren. Of als (2) ‘geregistreerde’ opera, een enscenering die op beeld- en geluidsdragers wordt vastgelegd.

In het tweede geval zijn dan opnieuw verschillende vormen voor het vertonen van het werk mogelijk. Als (2a) media- of web-opera, wat wil zeggen dat het werk digitaal op een media-beeldscherm (of in holografische vorm) te zien is. Of als (2b) video-opera, maar dan in de vorm van een gedigitaliseerde video-installatie.

De enscenering die in dit werkplan op de achtergrond als toekomstplan moet worden gezien, is die van een video-liederencyclus in de vorm van een video-installatie.

 

De gang van de Antro della Sibilla Cumana, Cuma, Italië

 

*

 

GRONDPLAN VOOR DE VIDEO-INSTALLATIE EN DUS OOK VOOR HET LIED VAN DE SIBILLE ALS OPMAAT

Uitgangspunt is nog steeds de spelonk van de Sibille - de Antro della Sibilla Cumana.


 

Die bestaat uit een lange gang met aan een zijde, de rechter kant, negen holen/mondingen. Aan het begin van de gang bevindt zich rechts in de wand een nis. De gang eindigt in een kleine overwelfde ruimte; recht tegenover de negende monding is nog een tweede overwelfde ruimte.
Tegenover monding 4 is een toegang naar een driedelige, dieper in de rots gelegen ruimte; tegenover monding 5 een uitholling in de muur, laag tegen de grond. Tenslotte is er nog een nis tussen monding 7 en 8, rechts in de muur.

De video-installatie komt om te beginnen uit elf liederen te bestaan, verspreid over negen mondingen en twee plekken daarbuiten. Voor 'monding' wordt in de titels het Italiaanse 'bocca' gebruikt, dat in eerste instantie 'mond' betekent, maar ook 'muil', 'monding', opening en mond in geologische zin, zoals 'vuurmond' (bocca di fuoco).

Begin * : Lied van Pheme

Bocca 1: Lied van Helena de Jongere

Bocca 2: Lied van Phorbas

Bocca 3: Lied van Hekate-Ourania, -Phoibe en -Tartarouchos

Bocca 4: Lied van Selene

Bocca 5: Lied van de Sibille

Bocca 6: Lied van Persephone

Bocca 7: Lied van Hera

Bocca 8: Lied van Aphrodite

Bocca 9: Lied van Hekate-Neaira, -Kratais en -Perse

Einde * : Lied van Hekalene.

 

UITWERKING VAN BOCCA 5, HET LIED VAN DE SIBILLE, ALS OPMAAT

Door één van de negen holen zingend: Bocca 5: lied van de Sibille; ondertitel: This is no time for poring over those works of art.

Dit lied bestaat, zoals we al gezien hebben, uit twee delen:

1. de vermaning: This is no time for poring over those works of art

2. de aansporing: Concealed in a tree’s thick shade.

De uitgangspunten voor de regie van de registratie, waarbij de Sibille van Apollo bezeten is en het lied door een mannenstem wordt vertolkt, zijn in het eerste hoofdstuk De Opzet beschreven.

Mocht het ooit (ook hier: platonische fantasie) tot een opstelling van de complete cyclus in de Antro bij Cuma zelf komen - of, in een ‘nagebouwde’ ruimte op een andere plek - dan worden de schermen waarop de registraties te zien zijn op/tegen de linkerwand van het hol van de monding geplaatst en wel vanwege de looprichting.

De Sibille van Cumae terwijl zij bezeten is van Hekatos;
montage van eigen foto's uit het supplement Door 100 holen zingend.

Aan de rechter wand kan eventueel een fotomontage worden aangebracht, waarin het referentie-beeld van het personage (zoals de afbeelding hierboven) verwerkt is, maar er zijn ook andere inrichtingen mogelijk - een gesynchroniseerde voorstelling bijvoorbeeld op een tweede scherm, met zanger en instrumentalist ieder op een eigen scherm. Dit aspect zal later, als de cyclus in zijn geheel kan worden gerealiseerd, uitgewerkt worden.
De afbeelding is als referentie-beeld richtinggevend voor de aankleding, de grime en de ‘theatrale’ uitstraling van de geregistreerde zanger/zangeres die het lied vertolkt.

 

WISSELING MANNEN- EN VROUWENROL

We halen nu ook het lied dat als tweede op het uitvoeringprogramma staat erbij, om dit aspect van de cyclus te verduidelijken. Het is het tweede lied uit de cyclus, dat van Helena de Jongere, bestemd voor bocca 1.
De twee personages waarvan nu sprake is, zijn * bocca 1: een persoon die een bewerking zingt van het Lied van Hylas uit mijn videowerk Palinuro; * bocca 5: de persoon die de vermaning en aansporing van de Sibille uit mijn videowerk Miseno vertolkt. In deze video-installaties komen beide personages niet in beeld; daarin zijn alleen hun stemmen te horen.
Het Lied van Hylas (uit Berlioz' opera Les Troyens) wordt in de video-installatie Palinuro gezongen door een man; de vermaning van de Sibille wordt in Miseno door een vrouwenstem vertolkt. Dit wordt hier omgekeerd. Het Lied van Hylas wordt gezongen en gespeeld door een vrouw en de vermaning van de Sibille door een man.
Deze omkering wordt om dramaturgische redenen gedaan en staat in principe los van het actuele maatschappelijke gender-discours. Men moet er dus geen actualisering of iets dergelijks achter zoeken.

 

DE WISSELING BIJ HET LIED VAN DE SIBILLE

Natuurlijk: de Sibille is een vrouw. Zij is immers de priesteres van Apollo (en Hekate) in de gouden tempel in Cumae en tevens Apollo’s orakel in de grot die zich naast de tempel bevindt. We hebben eerder al gezien dat zij in haar optreden, zeker als zij haar orakels uitspreekt, als het ware bezeten is van Apollo.
Ik ga daar nu verder niet op in: in het eerste hoofdstuk De Opzet is hierover en over Apollo’s hoedanigheid als Hekatos al het nodige gezegd, ook in zijn relatie tot de Sibille.
Als referentiebeeld voor de Sibille heb ik in mijn leesopera een foto van de Apollo van Veii gebruikt, die ik onlangs heb genomen in Villa Giulia, het Nationaal Etruskisch museum in Rome. Het gaat dus om een referentiebeeld voor de Sibille, wanneer zij van Hekatos bezeten is en zij en haar meester samen zijn komen te vallen.

 

HET LIED VAN HELENA DE JONGERE

Het lied dat bij voorkeur na dat van de Sibille wordt uitgevoerd, is het Lied van Helena de Jongere, bocca 1.
In Palinuro wordt dit lied - Vallon sonore, afkomstig uit Hector Berlioz’ ‘Les Troyens’ - gezongen door een matroos die in de nacht voorafgaand aan de afvaart voor het laatste traject, tijdens zijn wacht zijn heimwee bezingt en aan het einde van het derde couplet in slaap valt. Dit lied komt daarin drie keer terug. Niet live, maar in Palinurus’ herinnering.

Helena de Jongere op het strand van Eryx (Erice).
Afb. uit het supplement Door 100 holen zingend

In de videoliederencyclus wordt dit lied gezongen door de dochter van Helena van Sparta (later Troje), om wie de Trojaanse oorlog was ontbrand. De jonge Helena is als oorlogsbuit door Aeneas meegevoerd. Zij is bij de achterblijvers in Erice op Sicilië achtergelaten, met de bedoeling haar in de Venustempel die in Erice wordt gebouwd, als priesteres van Venus, dat wil zeggen als tempelprostituee, aan te stellen. Palinurus, die zich over haar lot ontfermd had, heeft haar bij zijn vertrek beloofd dat als zijn taak erop zit (het veilig brengen van Aeneas tot op het vasteland van Italië bij Cumae), hij naar haar zal terugkeren om haar in veiligheid te brengen.
Het is vroeg in de ochtend als de jonge Helena in bocca 1 dit lied op het strand van Erice zingt en Palinurus zich voor zijn vertrek nog voor een ogenblik bij haar zal voegen.
Als referentiebeeld voor Helena de Jongere heb ik in mijn web- en leesopera gebruik gemaakt van een foto van de Kore Mus.nr. 674, die ik vele jaren terug in het Akropolis Museum in Athene heb genomen.

 

VORM EN DISCIPLINE

Het onderhavige plan zoekt wat discipline betreft duidelijk uiterste grenzen van de beeldende kunst op en gaat daar grotendeels overheen. Toch wil ik erop wijzen dat ik mijn video- en mediawerk primair als een vorm van beeldende kunst blijf zien waarin ik mijn grenzen verlegd heb. Het voert te ver om hier daarop verder in te gaan. Ik wil alleen nog opmerken dat ik bij atelierbezoeken voor subsidieaanvragen, interviews en dergelijke, vaak ‘oude’, ‘autonoom-fundamentele’ etsen van mij erbij pak om te verduidelijken hoe ik bij mijn time based video/mediawerk te werk ga. En ook in tentoonstellingen laat ik een video-of mediawerk vaak vergezeld gaan werk vanuit meer traditionele disciplines.
Met dit project ga ik wat de grenzen van die beeldende kunst betreft, duidelijk verder dan bij mijn eerdere werk. Eigenlijk had ik dat ook al in mijn web- en leesopera gedaan, waar de videoliederen bij aansluiten. Dat betekent niet dat ik qua vorm bepaalde grondslagen die belangrijk voor mij zijn heb laten schieten. Die spelen in de structuur van de web- en leesopera- en in de beoogde video-opera nog steeds een fundamentele rol.

 

> home - > resumé - > de spelonk - > werkmap - > aanzet - > bijgevoegd - > menu

> volgende

> naar bovenaan deze pagina