Kaart Zuid-Italië met o.a. de locaties van de Sirenen

 

 

> Étant donnés

 

Drie verhalen

> het Palinurusverhaal bij Vergilius

> het commentaar van Cyril.Connolly

> het Palinourosverhaal - eigen versie

 

> Van fabel naar parabel

 

Appendix

* drie versies

> noten

 

< home

 


 

Drie versies

 

 

 

Na het verdwijnen van Palinurus volgt aan het einde van boek V van de Aeneis nog een korte passage waarin het stuurloze schip de rots nadert waar eens de Sirenen hadden gehuisd, juist op het moment dat Aeneis tot de ontdekking komt dat zijn stuurman er niet meer is en zelf het stuur - dat er feitelijk niet meer is - ter hand neemt, richting Cumae.
De inconsequentie rond de helmstok daargelaten is dit een cruciale passage. Connolly ziet er een castratie van Aeneas in. Ook wijst hij - al verblijven ze er niet meer - op het gevaar van de Sirenen. Verder is het zo dat  in de aanloop naar de eigen versie van het verhaal bepaalde associaties rond de hoedanigheden en namen van de Sirenen geleidelijk aan steeds centraler zijn komen te staan, zowel qua betekenis van hun namen als de eilanden in de Tyrrheense Zee waar zij zich zouden hebben opgehouden. Reden temeer om nog even aandacht aan de Sirenen en hun invloed op mijn versie van het verhaal en de mogelijke uitwerking daarvan te besteden.

 

EIGENSCHAPPEN EN NAMEN VAN DE SIRENEN

Verloren dromen in de herinnering, ‘zij die wegkwijnen’; de dood in lokken, ‘zij die met een touw vastbinden’; dragers van menselijke verlangens en erotische bedoelingen met de helden om wie zij treuren.  En het vangen van zielen van overledenen en als symbool van het doodsgevaar dat de zeeman lokt én bedreigt.

 

EILANDEN WAAR DE SIRENEN ZICH HEBBEN OPGEHOUDEN

Volgens sommigen, o.a. Homeros, niet ver van de zeemonsters Skylla en Charybdis en Capo Peloro bij de nauwe zeestraat tussen het vasteland van Italië en Sicilië. Volgens anderen vlakbij Capri of Capri zelf, het zeegebied dus waar Palinurus overboord valt met in het verschiet Cumae. En in het zeegebied ter hoogte van Poseidonia (het huidige Paestum), dat wil zeggen vlak bij Velia waar hij door de bewoners aldaar vermoord zou zijn en de naburige kaap - Capo Palinuro - naar hem vernoemd is.

Dit alles biedt wanneer Palinurus in de golven is beland en het geluid van het gedruis van de maanschemerige zee in dat van het gebeuk van de golven tegen een rotseiland dat ooit aan de Sirenen had toebehoord is overgegaan, aanknopingspunten voor hoe het met de stuurman van Aeneas kan zijn afgelopen. Daarbij bestaat een keuzemogelijkheid uit drie: voor ‘de plek waar’, voor ‘de omstandigheden waaronder’ en ‘door wie’ Palinurus’ aan zijn eind is gekomen.
Als eerste nabij Cumae, onder omstandigheden als koortsachtig dromen, wegkwijnen en zoenoffer, en door Misenus.
Vervolgens nabij Velia, met als omstandigheden vastgebonden zijn, de dood ingelokt en offerritueel, en door Hekalene.
Tenslotte nabij Peloro, met als omstandigheden verlangens en erotische bedoelingen en slachtofferschap, en door Skylla.
Dit betekent uiteindelijk een keuzemogelijkheid voor drie verschillende versies van het Palinurusverhaal die los van elkaar uitgewerkt kunnen worden.

NABIJ CUMAE, vroeg in de ochtend, nabij Cumae. Een eerste, korte versie waarin Palinurus zich op het strand van Cumae verschuilt om later op de dag een bezoek aan de Sibylle te brengen. Nu echter zó dat in het tweegevecht op het strand en in de branding van Cumae niet Misenus maar Palinurus het onderspit delft en Palinurus’ dood door Triton op Misenus wordt gewroken. Het dode lichaam van Misenus blijft achter op het strand, dat van Palinurus wordt door zeenimfen naar het strand nabij Velia gebracht en - door hemelse tekens daartoe aangespoord - door inwoners van Velia begraven.

NABIJ VELIA, tegen de avond. Een middellange versie die verdergaat op de korte versie, maar waarbij Palinurus het tweegevecht met Misenus overleeft. Verteld wordt hoe het hem zou zijn vergaan als hij de volgende dag ’s avonds langs Velia dobberend op bepaalde verlokkingen van Hera, Hekalene en de Hesperiden was ingegaan. Zijn overschot, restant van een weerzinwekkend offerritueel, ligt ten prooi aan de golven en de wind op het strand aldaar en wordt - door hemelse tekens daartoe aangespoord - door inwoners van Velia begraven.

NABIJ PELORO, de versie die als verhaal in eigen versie is verteld. Deze eindigt bij Skylla en is de meest uitgebreide versie. Na de gevaren van Cumae en Velia te hebben getrotseerd strandt de stuurman toch nog aan gene zijde van Peloro en Sicilië en valt hij ten prooi aan Skylla. Skylla wordt gestraft waarbij zij in een rots wordt veranderd. Als gevolg daarvan wordt Palinurus’ verminkte lichaam aan de zee teruggegeven, door zeenimfen terug naar het strand bij Velia gebracht en - door hemelse tekens daartoe aangespoord - door de bevolking daar begraven.

De vierde categorie van hoedanigheden van de Sirenen - het vangen van zielen van overledenen en het doodsgevaar dat de zeeman bedreigt én lokt - speelt in alle versies een rol en hoeft dan ook niet apart uitgewerkt te worden.

Mijn algeheel uitgangspunt is geweest dat Palinurus als gevolg van een belofte die hij kort daarvoor had gedaan, al tijdens zijn vertrek van Sicilië voor het laatste traject het plan had opgevat om na het bereiken van Cumae naar Erice op de westkust van Sicilië terug te keren. De lange versie, die tegenover Peloro eindigt, is zoals we gezien hebben tijdens mijn veldwerk bij Scilla in Zuid-Italië en op Sicilië door ‘hemelse tekens’ bekrachtigd.

 

> home - > étant donnés - > versie Vergilius - > versie Connolly - > eigen versie > van fabel naar parabel - > drie versies - > menu